DUURZAAMHEID
Architectuur zien we als een holistische opgave, een opgave waarbij vele aspecten onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden.
Aan zo'n complexe bouwopgave wordt alleen voldaan als aan alle behoeftes die daar aan kleven tegemoet wordt gekomen, zoals
constructieve intelligentie, maatschappelijke acceptatie, economische efficiëntie en ecologische optimalisatie. De analogie met
de triple-p van people, planet en profit, tegenwoordig beter prosperity, is duidelijk; we voegen daar constructieve intelligentie
aan toe omdat dit bij uitstek een bouwkundig aspect is dat maatgevend is voor de kwaliteit van het gebouwde eindresultaat.
Constructieve intelligentie
Constructieve intelligentie is de eigenschap om buiten een strak programma om te streven naar een vergaande flexibiliteit op
zoveel mogelijk niveaus tegelijkertijd. Een flexibiliteit voor nu maar ook voor in de toekomst die gerealiseerd kan worden door
middel van een economische oplossing, en dit alles met het oog op een duurzame ontwikkeling ook in de toekomst.
Maatschappelijke acceptatie
Maatschappelijke acceptatie is de culturele component die in het strijdperk van de harde feiten vaak onder de voet wordt gelopen.
En dat terwijl dit mogelijk het belangrijkste aspect vormt voor een breed gedragen duurzaamheid.
Economische efficiëntie
Economische efficiëntie mag niet een kortzichtige houding zijn gericht op 'profit' maar moet bij de besluitvorming ook
kwaliteitsaspecten en toekomstige kosten in ogenschouw nemen zoals dat tot uitdrukking komt in het woord 'prosperity', voorspoed.
Ecologische optimalisatie
De meest veelomvattende categorie is de ecologische optimalisatie waar al deze aspecten bij elkaar komen.
CONSTRUCTIEVE INTELLIGENTIE
Flexibiliteit
Een gebouw heeft constructieve intelligentie wanneer het door zijn flexibiliteit kan inspelen op veranderende gebruikers,
functies en stedelijke condities waardoor het toekomstige ontwikkelingen in zich op kan nemen en dus lang mee kan gaan. Om dit
soort duurzame gebouwen tot stand te brengen zijn verschillende strategieën ontwikkeld. Door het slim situeren van de constructie
en het centraliseren van de nodige installaties kan vaak al geanticipeerd worden op onvoorziene veranderingen. 'Licht en droog'
bouwen heeft als voordeel dat leidingsystemen ook in de toekomst flexibel kunnen blijven. Terwijl installaties die van zichzelf
al een grote flexibiliteit bezitten daarentegen beter inzetbaar zijn in betonconstructies.
Rationele bouwstructuur
Een goed flexibel en herbruikbaar casco ontstaat wanneer binnen een rationele bouwstructuur voldoende vrijheid aanwezig is voor
verschillende indelingen. Betonconstructies in de woningbouw kunnen het best worden uitgevoerd met relatief grote overspanningen.
Een structuur als een handschoen die precies pas gemaakt wordt gaat knellen, maar met een geringe overmaat ontstaan meer
mogelijkheden die meer vrijheid garanderen. Een kolommenstructuur biedt optimale flexibiliteit maar is vaak kostbaar. Meestal
is flexibiliteit in één richting voldoende; in de woningbouw gebeurt dat veelal dwars op de gevels maar wanneer gevels en
gangwanden dragend worden uitgevoerd zoals al vaak in de utiliteitsbouw wordt toegepast garandeert dat een grotere inwendige
flexibiliteit.
Functieneutraal
Wij zijn veelal op zoek naar een functieneutrale basisplattegrond gecombineerd met een functieneutrale gevel zodat indelingen
flexibel blijven. Door de toepassing van een kolomachtige schijvenstructuur ontstaat een cascoachtige ruimte die gecombineerd kan
worden met een vaste plek voor de leidingen in één of meer schachten en een flexibel indeelbare voorzieningenkern. Inspiratiebronnen
bij deze uitgangspunten worden gevormd door het 19e eeuwse herenhuis vanwege zijn grote aanpassingsvermogen en de fabriek als
rationele bouwstructuur die vele veranderingen in zich op kan nemen maar tegelijkertijd ook een krachtig beeld kan neerzetten.
MAATSCHAPPELIJKE ACCEPTATIE
Dierbaarheid
Mogelijk de belangrijkste voorwaarde voor het optimaliseren van het gebruik van grondstoffen is de waardering door gebruikers
van de gebouwde omgeving. Met name gaat dit ook op voor de acceptatie door voorbijgangers; alleen gebouwen die geliefd zijn zullen
een lange levensduur bereiken. Dierbaarheid = duurzaamheid.
Openbaar/privé
Passanten worden bewoners en het openbare domein een leefomgeving. Belangrijk voor het ontwerp van een leefomgeving met een hoge
kwaliteit is het creëren van een domein waarbij een helder onderscheid gemaakt wordt tussen wat privé is en wat openbaar, en een
goede sociale controle mogelijk maakt.
Betrokkenheid
Veiligheid en de kans op vandalisme wordt sterk bepaald door het gevoel van verantwoordelijkheid dat gebruikers voor hun omgeving
koesteren. Naarmate het verantwoordelijkheidsgevoel groter is en bewoners zich meer betrokken voelen bij hun omgeving, zal men des
te meer bereid zijn om persoonlijk in het gebied te investeren. De inrichting van de openbare ruimte en de aangrenzende gebouwen is
daarom een essentieel onderdeel van de totale ontwerpopgave.
Kwaliteit gebouwde omgeving
Wanneer een goede overzichtelijke openbare ruimte wordt uitgevoerd in een menselijke schaal waarbij de woningen zich zoveel
mogelijk oriënteren op deze ruimte door middel van ramen, deuren en eventueel een margestrook en blinde gevels worden vermeden,
er voldoende verlichting en groen aanwezig is en duurzame en bestendige materialen worden toegepast, er voldoende onderhoud wordt
gepleegd om alles heel te houden, dan zullen gebruikers er sneller toe bewogen worden de beschikbare ruimte in bezit te nemen en
hun directe leefomgeving met zorg en toewijding te behandelen.
Thuis
De plint speelt daarbij een cruciale rol. Het dagelijkse ritueel van het thuiskomen, de trots van een mooie entree en de plek
waar je het gebouw kunt aanraken vormen de verbeelding van het stedelijke 'thuis'. Een ander belangrijk onderdeel van een duurzame
leefomgeving is de nabijheid van ‘groen’ in de vorm van natuur of stadsnatuur; het is al vele malen aangetoond dat dit een heilzame
werking heeft op de menselijke psyche.
ECONOMISCHE EFFICIËNTIE
Beperken energievraag
Het basisprincipe voor duurzaam energiegebruik wordt gevormd door de 'trias energetica', om economische efficiëntie hier even te
beperken tot energiegebruik. Dit basisprincipe geeft een duidelijke hiërarchie om tot een energiezuinig bouwwerk te komen.
Het belangrijkste punt en tevens startpunt van de trias energetica is het beperken van de energievraag. Door het introduceren
van bijvoorbeeld slim isolerende materialen, het beperken of vergroten van zoninstraling door verstelbare luiken en dakoverstekken,
en het toepassen van compacte bouwvolumes. Door het toepassen van deze 'passieve energiesystemen' kan de benodigde energie worden
beperkt zonder aan comfort in te boeten.
Duurzame energiebronnen en restvraag
Het tweede punt betreft de inzet van duurzame energiebronnen zoals zonneboilers voor warm tapwater, en windmolens of
zonnecollectoren voor het opwekken van elektriciteit. Het toepassen van groene energie kan slim gebeuren door te kijken naar de
energievraag. Zo kunnen piekvraag en pieklevering op elkaar worden afgestemd. Zodat, punt drie, de dan nog resterende energievraag
zo efficiënt mogelijk kan worden ingevuld met meer traditionele energiebronnen die de gaten tussen vraag en levering kunnen
opvullen.
Actief ontwerpen
Om met 'passieve' energiesystemen resultaten te boeken is een 'actieve' ontwerphouding vereist. De term 'actief ontwerp' dient
begrepen te worden als het ontwikkelen van ontwerpoplossingen die gebruik maken van passieve maatregelen (bijvoorbeeld het ontwerp
van de gebouwschil, het benutten van het klimaatomstandigheden en natuurlijke energiebronnen, denk aan passiefhuis) om binnen maar
ook buiten het gewenste comfort te scheppen. Dit in tegenstelling tot het begrip 'passief ontwerp', waar intern comfort
voornamelijk wordt bereikt door 'actieve maatregelen', zoals mechanische koeling en ventilatie die alleen kunnen functioneren
door het toevoeren van voldoende energie. Het is niet altijd mogelijk actieve maatregelen te voorkomen. Een gemengde benadering
van actief en passief ontwerp zal in veel omstandigheden noodzakelijk zijn met name voor gebouwen waar het verlangen is naar een
hoog comfort van een constant niveau.
Passief ontwerpen
Actieve maatregelen hebben betrekking op technische apparatuur die een constante mechanische regeling verlangen. Het voordeel van
zo'n systeem is voor veel ontwikkelaars en opdrachtgevers dat het de mogelijkheid biedt om de condities binnen volledig te
beheersen, zonder rekening te hoeven houden met dagelijkse variaties of seizoensinvloeden van het buitenklimaat. Eenmaal binnen
kan de natuur worden buitengesloten. Het nadeel is dat er constant onderhoud en een zorgvuldig beheer dient plaats te vinden, en
dat het continue gepaard gaat met gebruikskosten die de komende tijd naar verwachting alleen maar zullen toenemen.
ECOLOGISCHE OPTIMALISATIE
Optimalisatie gebruik grondstoffen
Een nauwkeurige kennis van materialen die toegepast worden tijdens de bouw en de betekenis die dat heeft voor de gebruiksfase, in
combinatie met de stijgende verwachtingen die gebruikers hebben ten aanzien van comfort, zijn van centrale betekenis voor de
optimalisering van het gebruik van grondstoffen. De ervaring leert dat bewoners eerder bereid zijn om te investeren in voorzieningen
die bijdragen aan woonkwaliteiten als 'gemak', 'comfort' en 'gezondheid' dan in energiezuinige voorzieningen. Op basis van deze
informatie kan verstrekkend worden geoptimaliseerd. Deze thema's vormen dan ook een belangrijk uitgangspunt voor ons onderzoek
naar ecologische basisprincipes die in het bouwproces kunnen worden toegepast.
Altijd een stap vooruit
Voordat er gedacht kan worden over het opwekken van alternatieve energiebronnen is de eerste stap die genomen moet worden het
besparen van energie. Maar de beperkingen die gesteld worden aan energiegebruik en materiaalkeuze moeten niet leiden tot een
gevoel van schraalheid; kwaliteit van leven moet voorop blijven staan, een belangrijk cradle-to-cradle-uitgangspunt. Dus, hoewel
besparen de komende jaren een blijvend onderwerp op de agenda zal blijven, dient elke stap die genomen wordt een zekere
vooruitgang te boeken in kwaliteit, comfort of gemak; een stap terug zal niet snel worden gezet.
Comfort
Het belangrijkste bouwdeel voor de beperking van het verbruik van grondstoffen wordt gevormd door de buitenschil. Om aan de
stijgende verwachtingen van de gebruikers ten aanzien van het comfort te kunnen blijven voldoen dienen de doelstellingen
betreffende het binnenklimaat, zoals die in overleg tussen opdrachtgever en adviseurs zijn vastgesteld, op een systematische
wijze te worden verwerkt in het ontwerp. Deze doelstellingen kunnen, voor de meeste projecten, worden onderverdeeld in vier
comforttypes:
Thermisch comfort (energie)
Het thermisch comfort wordt bepaald door de luchttemperatuur, de vochtigheidsgraad, de luchtbeweging en de thermische straling
zoals deze als comfortabel door gebruikers wordt ervaren.
Hygiënisch comfort (gezondheid, lucht- en waterkwaliteit)
Het hygiënisch comfort is in belangrijke mate afhankelijk van de kwaliteit van de binnenlucht. Deze wordt bepaald door de
kwaliteit van de toevoerlucht, door de gebruiker- en de ruimtegerelateerde vervuiling, en door de toegepaste luchtbehandeling.
In aanvulling hierop kunnen aspecten als luchtstroming, luchtverversing, oppervlakken, enz. worden geïntegreerd in de
doelstellingen.
Visueel comfort (licht, zicht)
Visueel comfort beschrijft een geoptimaliseerde omgeving die een ongestoorde ontvangst van visuele stimuli door de hersenen
mogelijk maakt. Dit neemt in ogenschouw de visuele scherpte, waarnemingssnelheid en gevoeligheid voor verschillende gradaties.
Een slechte distributie van de luminantie in een ruimte bijvoorbeeld, glans, onjuiste kleurweergave of een onoordeelkundig
interieurontwerp beperken de waarnemingsmogelijkheden en leiden af.
Acoustisch comfort (geluid)
Acoustisch comfort is een term die nog niet zo eenduidig omschreven kan worden als bovenstaande aspecten. Afhankelijk van de
activiteiten die in het gebouw zullen plaatsvinden, kunnen de acoustische randvoorwaarden als nagalmtijd, achtergrondruis,
geluidsoverdracht, luchtgeluidisolatie, enz. wel worden vastgesteld aan de hand van getallen en types.
Robuustheid installaties
Een van de basisuitgangspunten voor een goed functionerend energiesysteem is dat deze robuust moet zijn. Technieken zijn robuust als
deze door alle soorten bewoners worden begrepen en geaccepteerd en dat de techniek bij elk soort bewonersafregeling en gedrag goed
blijft functioneren.
Materialen
Materialen moeten natuurlijk goed scoren op de milieuclassificatie volgens de levenscyclusanalyse. Ze moeten duurzaam geproduceerd
worden, of na het slopen zo min mogelijk het milieu belasten bijvoorbeeld door ze te recyclen. Maar waar het ons in eerste instantie
om gaat is het maken van steden en gebouwen die niet zozeer duurzaam gesloopt kunnen worden maar die zo duurzaam zijn dat ze niet
gesloopt behoeven te worden. Voor de uiteindelijke keuze van materialen is het voor ons dan ook van doorslaggevend belang dat
deze ook op lange termijn mooi verouderen. Wij hebben hierbij een voorkeur voor natuurlijke materialen zoals (bak)steen, hout
en staal. Dit zijn materialen die, wanneer goed gedetailleerd, een mooi patina krijgen. Energetisch gezien speelt de glassoort
een belangrijke rol, zo valt onze keuze meestal op HR++-glas met een hoge LTA-waarde (lichttoetreding) en lage ZTA
(zon/temperatuurtoetreding).
Autarkisch huis
Het autarkische huis, het idee van een volledig zelfvoorzienend huis, off-grid living, los van de infrastructuur spreekt niet
alleen architecten tot de verbeelding. De meeste heden ten dage toegepaste infrastructurele werken betreffen vooral grootschalige
systemen. Het autarkisch huis is per definitie opgebouwd uit kleinschalige systemen en is daarom zo interessant als referentie
voor andere toepassingen en bij uitstek geschikt als onderwerp van onderzoek. Het vormt het toppunt van een kleinschalige
infrastructuur waarbij de cyclus van opwekken, produceren, benutten en verwerken voornamelijk lokaal plaatsvindt.